Dunkirk

Duinkerke in IMAX

Met mijn zoon en zijn opa ondernamen we een trip naar onze hoofdstad, vlakbij het Atomium, waar de grote zalen van het Kinepoliscomplex het publiek verwachtingsvol opwachten. Daar staat de enige IMAX-zaal van ons land. Een woord dat trouwens is afgeleid van het Frans-Canadese l’Image Maximale, want dat is het ook, een reusachtig groot scherm waarin je de in hoogste kwaliteit gefilmde films kan bewonderen.

Voor hen was het hun eerste IMAX-ervaring en ik koos voor “Dunkirke”. Een vriend van me, Janinsky, zei me: “Ga hem zeker zien, maar dan wel in IMAX.”

De film werd grotendeels gedraaid met 70 mm camera’s (camera’s die dit pelliculeformaat aankunnen) om zo op reuzegroot scherm de filmkwaliteiten van dit formaat ten volle te kunnen benutten.  Geregisseerd of beter nog gecomponeerd door regisseur Christopher Nolan, maker van het complexe “Interstellar”, “Inception” en de reeboot van de “Batman”-saga. Een Hollywood verteller die een stapje verder durft gaan, de beeldtaal durft exploreren en geen meerlaagse scenario’s schuwt.
Ook al blijft hij soms net niet ver genoeg weg van Hollywood. Maar als blockbuster zijn ze meer dan geslaagd en “Dunkirk” misschien wel zijn visueel beste tot hiertoe, een heuse beeldencompositie.

 

The Reel Story

Meehollend met een Britse militair op zoek naar de kust en gegoten in een hyperrealistisch jasje, wat meteen de allures geeft van een echt tijdsdocument, dropt Nolan je meteen in het verhaal. In het begin van de tweede wereldoorlog waren Britse en Franse troepen in Duinkerke omsingeld door de verrassend goed georganiseerde Duitse troepen (hun Blitzkrieg) en werd er noodgedwongen een groots opgezette evacuatie georganiseerd om de geallieerden daar weg te halen. Dit lukte dankzij de hulp van burgers die hun boten inzetten om soldaten te kunnen opvangen en terug te voeren naar hun thuisland. Nolan toont dit zonder dat ook maar één Duitse soldaat in beeld komt. Tegelijk geeft hij je een heel waarheidsgetrouw gevoel mee.

Nolan’s sterk visuele vertelling is zodanig opgebouwd dat de personages marionetten zijn van wat er hen allemaal overkomt met maar één doel voor ogen; zo snel mogelijk weggeraken uit die hel. Hij vertelt dit verhaal vanuit verschillende standpunten: die van een jonge Britse soldaat, Tommy, tevens het hoofdpersonage, die van twee luchtmachtpiloten, van een zeekapitein (mooie bijrol van Kenneth Branagh) en van een oude visser met zijn zoon, hier misschien wel de echte helden van het verhaal.

De verhalen en standpunten lopen door elkaar en vallen soms wel en dan weer niet samen en dat zorgt hier en daar voor verwarring. Is er een tijdsprong gemaakt of niet? Zit je nu de ene piloot te volgen of de andere die net is neergestort? Tot je merkt dat de verhalen opnieuw worden verteld, maar dan vanuit een ander standpunt. Hij wil wel dat je als publiek moeite doet voor zijn vertellingen. Mooi hoe dat Christopher Nolan telkens met tijd en ruimte durft experimenteren.

Hier laat hij je de actie en het gebeuren zeer sterk ervaren vanuit de lucht, op het water en aan land. De acteurs geven je dat gevoel met verve mee, al is het zo dat zij verder weinig meer inbrengen dan het toeschouwer zijn, samen met jou.

 

Een impressionistisch document?

Deze vertreltruuk en de sterke visuele choreografie zorgen ervoor dat je ondergedompeld wordt in een stukje geschiedenis die je anders nooit zo intens zou ervaren. De beelden wisselen af van weidse shots en mooie travelings (zoals wanneer hij de soldaten volgt die langsheen het strand wandelen, of de spitfire die een noodlanding moet maken) naar zeer close gefilmde beelden, alsof je mee in het zinkend schip of de aangevallen spitfire gepropt wordt. Zo close en hyperrealistisch dat het haast een impressionistische sensatie wordt, je zit er mee in. Dit nog eens zo sterk benadrukt door de hypnotiserende, en in de zaal erg luide, filmscore van Hans Zimmer.
Het feit dat je dit ervaart in een IMAX-zaal speelt hierin uiteraard ook een rol. Neemt niet weg dat je door de beeldkeuzes het echt wel als claustrofobische ervaart. Indien Christopher Nolan nog een stap verder zou gegaan zijn en de afgetekende lijnen van het realisme meer zouden vervagen met een grotere klemtoon op sfeer, licht en het nu, zou het een echte impressionistische film geweest zijn. Bij deze daag ik hem ook uit om in een volgend filmproject eens een film te maken die zich in deze wereld afspeelt, met wat er nu allemaal aan de hand is, ook dat lijkt soms ware science fiction of heel erg dichtbij een herhaling van het verleden…

Kortweg

Samengevat is dit vooral een goed gemaakte film waarin de beklemmende sfeer met de extreme close-ups in geluid en beeld de hoofdrol spelen en je meenemen in een moment van een gruwelijk stukje oorlogsgeschiedenis, gelukkig veilig vanuit je zetel.

En wat mijn zoon en de opa betrof? Zij vonden het een goede film. Alleen vond Opa het IMAX-gebeuren met al die close-ups misselijkmakend en was hij blij toen het licht in de zaal weer aan ging. Mijn zoon? Die vond het wel vet en kijkt al verwachtingsvol uit naar zijn volgende IMAX-ervaring; wanneer de nieuwe Star Wars film uitkomt.

Advertenties

Baby Driver

De coolste popcorn film van het jaar!

Wat een knappe soundtrack en swag acting. Een verjaardagscadeautje voor me in deze wat saaie filmzomer.

De invloeden van Tarantino zijn duidelijk, maar deze regisseur, Edgar Wright, geeft er duidelijk zijn eigen draai aan. Hij is bekend van films als “Shaun of the dead” en “Hot Fuzz” en neemt wat mij betreft het beste van zijn filmervaringen mee: guitige humor, genrespelletjes en goede muziek, nu aangevuld met een strakke regie en dito script.

 

Catch me if you can

Het begint met een verbluffende achtervolging gedreven door het catchy nummer: Belbuttoms – The John Spencer Blues Explosion. Baby wacht tot de overvallers terug zijn. Hij lijkt een gevoelloze jonge kerel te zijn met stalen zenuwen, totdat niemand kijkt; hij de songs lipsynct en luchtgitaar begint te spelen vanachter zijn stuur. Hij doet deze jobs omdat hij een schuld heeft te vereffenen bij  meestercrimineel Doc, gespeeld door de immer charmante “Kevin Spacey”. In zijn dienst rijdt hij een bende criminelen rond van de éne overval naar de andere. Wanneer zijn schuld bijna is afgelost leert hij het koffiemeisje, Deborah, kennen. Er is iets tussen hen, zoals hun gezamenlijke interesse in muziek en de wens om weg te rijden van alles en iedereen. Maar of dat zomaar lukt is een andere vraag.

Hier heeft Edgar Wright ook als scenarist duidelijk zijn tijd genomen. Niet alleen om zijn natte droom van combinatie muziek en autoachtervolgingen waar te maken, maar het ook schijnbaar voorspelbare verhaal intelligent in elkaar te steken. Minder duister dan Drive en minder bloediger dan een Tarantino, maar wel eens zo cult wat mij betreft.
Het is net geen musical en veel meer dan een versneden videoclip. Onopvallend wals je van de éne scène naar de andere zonder je belachelijk te voelen of te ergeren aan een overdosis blingbling.

 

Het spel

Dat de acteurs en de (auto)choreografieën daarin een belangrijke rol spelen valt niet te ontkennen. De onschuldig ogende Deborah, gespeeld door Lily James en de bad ass chick, Darling, neergezet door de meer dan appetijtelijke Mexicaanse Eliza Gonzalés, zijn eyeteasers die van zich weten af te bijten. Zij worden bijgestaan door een overtuigende Jamie Fox en de verrassende partner in crime van Darling, Buddy. Gespeeld door acteur Jon Hamm wiens stijl lijkt te zijn gekopieerd van Sean Dhondt. Hoofdrolspeler is Ansel Elgort, de acteur die we kennen als het wat platte broertje van “Tris” in de divergent reeks. Hier is hij niet saai, hier is hij een jongeman met heel wat Swag.

 

Go for it

Muziek en beeld maken het uiteindelijk op een klassieke en strak geregisseerde manier af. Kleur, goesting, zin en onzin zitten samen in een cocktail die lekker bij de zomer smaakt.

Als je van dit soort films houdt, zeker gaan kijken en daarna, net als ik, de LP kopen.

 

 

Le Passé devant Nous

Creatief Filmatelier

Ik blijf met film bezig. Ik ondersteun projecten en geef les in filmmaken. Hij die coacht in beelden en verhalen dus. Elk semester ga ik met mijn groep cursisten ‘Creatief Filmatelier’ (Volwassenenonderwijs, CVOLino) naar één van de betere films kijken, geprogrammeerd op donderdagavond door het cultureel centrum de Adelberg.

De filmgroep bestaat momenteel uit een tiental cursisten, een heel diverse groep mensen van 29 tot 79 jaar. En dat zorgt voor vele verhalen. Het semester daarvoor werkte ik met de groep rond ‘Digital Stories’. Het werden één voor één heel persoonlijke pareltjes. Dit heeft deze groep dan ook bijzonder gesmeed. Net als de film die we deze avond zagen kreeg je door het universele thema – bindingsangst –  een film te zien die je als een emotionele brok voor de ogen werd geschoteld en zich liet vertellen in een integer persoonlijk verhaal.


Nathalie Teirlinck

De film werd voorafgegaan door een woordje uitleg van de regisseuse zelf;  Nathalie Teirlinck, een charmante jonge dame die met deze film haar langspeelfilmdebuut maakte. Duidelijk een film met een visie, artistieke kwaliteiten en goede keuzes, niet de film van een beginner, maar van een volwassen vrouw die het medium naar haar hand kan zetten. Zij vertelde vooraf dat ze van documentaire hield en van film, maar in haar proces als studente meer en meer zag hoe dat fictiefilm haar medium zou worden. Terwijl documentaire als een spiegel is, is film eerder een vergrootglas voor haar.


De film: het verleden voor ons of “Le Passé devant Nous”

Het is een Franstalige film die gaat over een eigenzinnige vrouw, Alice. Zij werkt als luxe escortedame en geeft de indruk haar leventje min of meer onder controle te hebben; ze weet wat ze wil en niet wil. Plots krijgt te horen dat haar ex-man verongelukt is en zij nu moet instaan voor hun zoontje, een kind waar ze sinds zijn geboorte geen contact meer mee had, ze luiep ervan weg. Zo wordt ze van een rollenspeelster (zij die een rol speelt voor haar klanten) plots in het dagelijkse leven gedwongen tot een heel andere echte rol, die van moeder. Dat zij er problemen mee heeft en niet weet hoe hiermee om te gaan wordt snel duidelijk.


Het is een verhaal dat draait rond de personages en associatief wordt verteld
.

Je gaat mee in hun wereld en tracht ergens houvast te vinden in alles wat hen overkomt.
Die houvast, louter structureel dan, vind je in het repetitieve. Sommige elementen komen terug: beelden, woorden, geluiden. Een gsm die blijft afgaan, een loopband, een zin… Maar dan anders, ze veranderen afhankelijk van de nieuwe context die zich voordoet. Knap. Een scenario dat stevig doordacht is en vanuit een juist gevoel werd geschreven.

De film zit visueel de personages op de huid, letterlijk, vele close ups en geeft het hoofdpersonage weinig ruimte; alles komt ook letterlijk op haar – en jou als kijker – af, zo is het openingsschot (dat eerst in zwart begint en je laat raden waar je bent door het geluid) al meteen een eye catcher, zij die voor de camera uit lijkt te lopen, aan het trainen in een fitnesscentrum.

De fotografie en het camerawerk zijn mooi en secuur uitgedokterd. 

Het geeft je mondjesmaat bewegingsruimte, naarmate het kind, Robin, in het leven komt van Alice en zij meer begint toe te laten. Alle interieurs blijven de sfeer ademen van een huis clos. Weinige long shots die pas later duidelijk maken waar het gefilmd werd. Gefilmd trouwens in Brussel tijdens de lockdown in de winter van 2015, die wrede poëzie van de realiteit doordrenkt de film op alle niveaus.

Mede door het knappe acteerwerk blijf je met open mond kijken (met een beklijvende bijrol van Johan Leysen, in de rol van Alice haar vader). De hoofdrolspelers, de Canadese actrice Evelyne Brochu en de jonge (5jaar!) acteur Zuri François, zorgen ervoor dat je niet loslaat. Zuri zet goed gecoacht zijn eerlijk wereldje neer en Evelyne speelt overtuigend menselijk en genuanceerd een innerlijk complex personage. Zodanig dat je, ondanks de minder sympathieke keuzes van het personage, voelt hoe zij worstelt met alles en waarom ze nu net die keuzes maakt. Echt een ontdekking.

Associatief en symbolisch

Teirlinck vertelde dat ze geïnspireerd werd door regisseurs zoals Ingmar Bergman en Terence Mallick. Het relationele en eerder beeldend associatieve dat je bij beiden terugvindt, met vaak symbolische elementen, zie je hier ook in de montage en keuze van shots. Het vraagt net iets meer moeite van je als kijker. Ook wordt er zuinig omgesprongen met informatie over Alice’s verleden, maar het werkt. Je bent mee met haar, je wil haar leren kennen zonder dat je al meteen bij de hand wordt genomen waarom ze doet wat ze doet en je vanuit een (voor)oordeel of psychologische etiquette haar gaat volgen. Neen, zij is van vlees en bloed, complex en gunt je een blik in haar wereld.

Tot slot maar zeker niet minder is ook de muziek en het gebruik van de directe geluiden een belangrijke bron om je mee te nemen.

Het geluid wordt wat mij betreft net zoals de beelden gebruikt, close, helder, repetitief, vertellend zonder teveel te willen vertellen met daaronder zuinig gebruik van muzikale elementen gemaakt door John Parish. Wat mij betreft een sounddesign en een muziekscore zoals het hoort in een film als dit. Een film die blijft nazinderen en ik iedereen kan aanraden.

God ja, er loopt echt wel talent rond en als er dan goede verhalen zich aandienen is dat mooi om zien hoe alles en iedereen samenvalt, als een hechte groep artiesten die je laten zien dat de wereld niet zwart of wit in elkaar zit, maar nu eenmaal pijnlijk mooi is.

 

 

Toni Erdmann

 

Oscarnominatie beste buitenlandse film

Nog even iets over dit toevallig tegen het lijf gelopen pareltje. Deze Duitse film werd genomineerd voor de oscar “beste buitenlandse film”, maar moest de duimen afleggen voor Asghar Farhadi’s film: The Salesman.

Ik kan niet vergelijken wat ik heb de film van Faradi nog niet gezien, en ongetwijfeld zal dat ook een mooie film zijn. Asghar is een indrukwekkend hedendaags verteller.

En Maren Ade, de regisseuse van Toni Erdmann?
Ja, zij ook. In de filmwereld staan steeds meer sterke vrouwen op, rasechte vertelsters die vanuit hun perspectief je weer een verfrissende of indringende kijk geven op het mens-zijn en de maatschappij waarin we leven.


Een vreemde vader en vervreemde dochter

In dit verhaal een blik op de vader-dochter relatie in een door managers en mannen dominerend bedrijfswereldje waarin een vrouw, Ines, zich staande tracht te houden.
Ze vergeet echter, zoals zovelen die zich in hun job verliezen, een stuk van zichzelf en haar familie; in het bijzonder haar vader, Winfried.

Een vader die zelf ook een beetje de weg kwijt is en die denkt het ergens terug te vinden wanneer hij zijn dochter’s leven ziet als zijn project om haar terug de belangrijke dingen van het leven te doen inzien. Hij besluit haar daarom op te zoeken in Boekarest waar zij een belangrijke deal tracht af te sluiten. Het contact verloopt moeizaam en Ines zet hem liever af in een hotel door haar secretaresse dan met hem af te spreken. Tot Winfred een spontaan ideetje krijgt. Hij kruipt in de rol van ‘Toni Erdman, consultant en coach’, waarbij een vals gebit en een kostuumjasje met plastron hem hierbij helpen.

Ines is niet meteen verbaasd want ze kent zijn grappen wel en speelt het spel even mee, totdat hij steeds verder gaat in zijn rol. Toni neemt een loopje met de realiteit en vergroot het managerswereldje uit als één grote klucht, hij draagt een masker en spiegelt zo ook de anderen, hier zie ik zelfs raakvlakken met Ensor.

De film wordt zo een mengeling van situatiekomedie en Woody Allan achtig drama zonder overladen te worden door dialogen of zeemzoet te smaken. Het scenario is  verfrissend, met vele wendingen, levensecht en toch vervreemdend waarbij regisseuse Maren Ade heel dicht bij de twee personages blijft. Het verhaal van het bedrijf en de struggle voor de deal is eerder ondergeschikt aan de band tussen vader en dochter en hun verwoede pogingen om vat te krijgen op het leven en de mensen rondom zich.


Realisme versus surrealisme

Het is hyperrealistisch gefilmd waardoor het typetje Toni Erdman op de één of andere manier geloofwaardig blijft. Ook het acteren helpt hierbij, het ontwapenend spel van acteur Peter Simoneck die van de ene vingerknip naar de andere overschakelt tussen vader Winfried en typetje Toni en het ingehouden spelen van de harde zakenvrouw gebracht door actrice Sandra Hüller. Zij blijft de onversaagde perfectionista tot ze op het einde zich, ook letterlijk, bloot geeft en haar facade afwerpt, waarbij de film haast surrealistische proporties krijgt.

De film duur 162 minuten en verveelt geen minuut. Het geeft je geen grote boodschap mee maar stelt wel de vraag wat het leven nu werkelijk de moeite waard maakt. De manier waarop zij het vertelt met alle mogelijke filmische middelen, maakt dit verhaal alvast de moeite waard.

 

Doctor Foster

“Love without trust is a river without water”

Zo vertelt het labeltje van m’n Yogi Tea me. De rust die ik nu even opzoek en deze quote geven zin om ook iets te vertellen over Doctor Foster, een BBC dramareeks die recent op Netflix verscheen.

De eerste aflevering begint met Dokter Gemma Foster die eerst nog even met haar man passioneel de kijker in een juiste stemming brengt waarna we haar zien op haar artsenpraktijk , een groepspraktijk die ze zelfzeker leidt. Alles lijkt rozengeur en maneschijn, tot ze een blonde haar op de jas van haar man ontdekt. Het blijft door haar hoofd spoken en al snel vormen alle blonde vrouwen in haar omgeving een dreiging. Ze zal en moet de waarheid ontdekken, maar hoe meer ze op onderzoek gaat hoe meer ze ontdekt dat zij eigenlijk niets van haar man weet, en anderen veel meer dan zij zelf dacht. Over een serieuze blinde vlek in de relatie gesproken, deze kan tellen.

Dr. Foster ademt de sfeer van een thrillerreeks.

Elke aflevering ontdekt ze net iets meer. Eerst als een mysteriethriller, om vervolgens als een actiethriller die tot een gewelddadige explosie kan leiden door te zinderen om tot slot naar puur drama over te gaan. Toch blijft voor mij alles zeer realistisch.

Het blijft eng omdat het net zo echt verteld wordt. Deze scenarist, Mike Bartlett, lijkt het echt beleefd te hebben of alvast heel goed geluisterd te hebben naar de verhalen van bedrogen vrouwen. Het gevoel van wanhoop, het zoeken naar enig houvast om dan tot de realiteit te komen en beslissingen te nemen die de rest van je leven zullen markeren worden zeer sterk beschreven. Je kan je nog vragen gaan stellen of dat je zelf zolang zou wachten om je partner te confronteren en op dezelfde manier als haar zou handelen, of zoals hem, hij die blijft ontkennen. Nog nooit zag ik een serie die gaat over een affaire in zulke mate dicht op de huid kleven. Het relationele wordt je als een pure thriller getoond, ook al ontploffen er geen bommen of wordt niemand vermoord, je blijft door de onderlinge spanningen op het puntje van je zetel zitten.

Actrice Suranna Jones speelt overtuigend de rol van Doctor Gemma Foster.

Visueel is het netjes BBC style gefilmd, realistisch met vele details zonder teveel poespas. Het acteren van het hoofdpersonage, gebracht door Suranna Jones, is zodanig overtuigend dat je alles meevoelt. Je ervaart hoe pijnlijk het is. Prachtig gespeeld, zij geeft dit verhaal een absolute meerwaarde – ook al komt zo door haar handelen soms koud en onsympathiek over. De serie blijft consequent alles belichten vanuit haar standpunt en vergat niet de andere personages ook een ziel te geven waardoor je door de hypocriete omgeving en de man ook ergens begrip voelt voor hun daden.

Kijken en zwijgen of kijken en praten?

Voor mij was dit soap van een hoog niveau. Het verhaal, de emoties, de personages alles vloeit zodanig in elkaar dat je wil blijven verder kijken. Een reeks om te bingewatchen of aflevering per aflevering slikt om na elke episode met je partner lekker in discussie te gaan. Aan jou de keuze natuurlijk. Kijken en zwijgen of kijken en praten of geen van beiden. Ik adviseer alvast om te praten, wie weet kom je nog iets te weten van elkaar…

Een tweede seizoen is ondertussen gestart. Maar ik heb het niet zo heb op het uitmelken van succes, op enkele uitzonderingen na natuurlijk. Ik vond dit seizoen beresterk en zoals het eindigde mag het ook blijven voor me.

The Fault in Our Stars

Ik keek ernaar met het gezin. Ik keek ernaar omdat ik de mooie roman van John Green gelezen had. Ik keek ernaar omdat ik wilde kunnen huilen.

Huilen vind ik moeilijk, maar als ik me laat gaan –en dat gaat beter in een fictief verhaal- dan lukt het wel. Ik was verward en voelde me melancholisch door het overlijden van mijn grootmoeder, een dame die ik pas twee jaar geleden leerde kennen. Een ander verhaal.

Dit verhaal is mooi, teder, hard en met humor. Humor die wel in het boek meer aanwezig is, omdat het omgaan met kanker er nu eenmaal mooier in kan worden omschreven. In de film ligt de nadruk soms net iets teveel op de romantiek, zeker bij de passages in Amsterdam. Amsterdam een romantische stad? Een oude stad, dat wel en oud wordt vaak geassocieerd met melancholisch, nostalgisch en romantisch tegelijk. Ja dus.

De film vertelt het verhaal van Hazel die kanker heeft en op een praatgroep, waar ze tegen haar zin naartoe moet, de flamboyante Gus ontmoet. En het klikt, al is het niet meteen van harte. Zij sloft steeds met een zuurstoffles rond en hij met een sigaret in de mond, als metafoor. Hij steekt ze niet aan om te laten zien dat hij de macht heeft over die keuze. De twee karakters leren elkaar beter kennen en zo ook hun dromen. Hazel wil weten voor ze sterft van de schrijver van haar favoriete boek, ‘An Imperial Affliction’, hoe het verhaal verder zal gaan. Dit omdat het volgens haar geniaal geschreven is, maar tegelijk zo abrupt eindigt. Die schrijver, Peter van Houtem, woont in Amsterdam. Gus en haar ouders zullen er, ondanks haar ziekte, alles aan doen zodat ze hem kan ontmoeten en hem zelf de vraag kan stellen. Dit avontuur wordt gespekt met enkele zware obstakels en een wending die je kippenvel geeft.

Het is traditioneel in beeldvoering en klassiek verteld, maar goed. Het acteren is sterk, je ziet er twee jonge acteurs, Shailene Woodley en Ansel Elgort samen ook te zien in de Divergent reeks,  gerugsteund door rotten in het vak zoals Laura Dern en Sam Trammel (de wisselaar in True Blood).

De muziek neemt je op tijd mee en de montage is vlot. Zonder dat je het doorhebt zit je meer dan twee uur te volgen in het verhaal van deze jonge mensen en de manier waarop zij met kanker omgaan. Mooi. Vooral de scène in het Anne Frank huis, parallel met de geluiden uit het huis die mee haar innerlijke wereld versteken is sterk.

Een tranentrekker die ik nu even bewust opzocht, maar eentje met een eerder luchtige toon, omdat het vooral gaat over de kracht waarmee zij omgaan met hun ziekte en durven leven. Ook al is dat leven, in sommige omstandigheden, slechts een kleine oneindigheid.

 

Stranger Things

Voor het eerst waag ik me een serie te reviewen.
Yes, de eerste serie (seizoen 1) die ik volledig uitkeek op Netflix sinds we een smartTV hebben. En wat een serie! Ik was het een beetje beu die series en films met gruwel die jongeren overkomen, waardoor ze zelf ook gruwelijke dingen gaan doen.

Maar dit is anders.
Een guitig stelletje tienerjongens die opgroeien in een echte jaren 80 wereld (voor mij herkenbaar dus) stellen vriendschap hoog in het vaandel. Ze komen erachter dat hun verdwenen vriend, Will, nog leeft wanneer een kortgeschoren meisje van hun leeftijd opduikt en over wel hele speciale gaven beschikt. Ze stellen hun eigen onderzoek in. Alles houdt verband met een overheidsinstelling in de buurt waar wel heel duistere experimenten aan de gang zijn.

De muziek, soundscapes met typische Carpentiaanse synthesizer muziek, een mixtape met het nummer van de Clash ‘Should I stay or should I go’ en een ijverige politieagent leiden zowel de jongeren als de moeder en de broer van de verdwenen jongen naar de oorsprong van het gebeuren.

De betere jaren 80 muziek komt aan bod net zoals de visuele sfeer van een Spielberg avonturenfilm. De personages en angsten worden netjes opgebouwd zoals in een Stephen King verhaal (en verfilmingen ervan door John Carpenter) en samen met de hypno-tiserende klanken maakt het dit helemaal af. Alles zit erin om een instant klassieker te worden. De serie werd gecreëerd door de Duffer Brothers, nog jonge en tot voor kort nobele onbekenden die alles zelf opstartten; productie, schrijven en filmen.  Zij waren duidelijk in hun jeugd geïnspireerd door films zoals The Goonies, Poltergeist, ET, Stand by me, Aliens en verwijzen vaak expliciet naar de films (zowel in de scènes als in de cadrage).

De beeldvoering is klassiek, maar de decors waarin sommige scènes zich afspelen zijn beklemmend en samen met de belichting doen ze denken aan oude expressionistische films. Het verhaal bulk van de fantasie en de personages acteren de sterren van het dak. De jongeren zien er allemaal ongewoon uit, grote ogen, scherpe gelaatstrekken, zoals de jonge Mike (geacteerd door Finn Wolfhard) en het kaalgeschoren meisje Eleven (door Millie Bobby Brown). Maar ook de volwassenen zijn echt, geen popsterren, geen idolen, gewoon uitziende mensen in slechte jaren 80 outfits en kapsels. Lelijk en tegelijk mooi.

Net zoals Winona Ryder, die eindelijke een waardige comeback maakt en wat mij betreft haar plaats in de sterrenhemel terug heeft gevonden. Zij speelt de moeder van de verdwenen Will die tot het uiterste zal gaan om hem terug te vinden.

Het is geen kinderreeks ook al spelen er jongeren in mee. Neen het is een volwassen monsterverhaal waarin de wereld door een frankensteinachtige man (creepy gebracht door Matthew Modine) je de stuipen op het lijf jaagt. Een aanrader voor zij die de jaren tachtig nog meemaakten als tiener en voor zij die ze nog moeten ontdekken. Uit nostalgie? Neen, omdat het gewoon goed gemaakt is.

Tot slot nog dit. Een dialoog tussen de ubercoole politieman (Dexter Tolliver) en een pestkopje die te maken kreeg met de krachten van het mysterieuze meisje.

Troy: “She can do things.”
Police officer: “What kind of things?”
Troy: “like… make you fly…
and piss yourself…”
Police officer 2: “What?!”